• Home >
  • Interviews>
  • “Jij bent jij en ik ben ik” – waarom ik mijn werk in de Sociale Benadering zo waardevol vind

“Jij bent jij en ik ben ik” – waarom ik mijn werk in de Sociale Benadering zo waardevol vind

16 juni 2026 Blog

Een paar maanden geleden maakte ik kennis met een meneer van in de negentig met de diagnose dementie. Zelf ervaart hij dat anders. Hij ziet niet dat hij dingen vergeet en voelt zich vooral gewoon… zichzelf. 

Zijn partner vertelde dat de zorg steeds zwaarder werd. Niet alleen door zijn vergeetachtigheid, maar ook omdat zij zelf lichamelijke beperkingen heeft. Ze verlangde naar wat ruimte voor zichzelf. Achter die woorden hoorde ik vooral vermoeidheid. Altijd alert moeten zijn, steeds meer regelen en ondertussen proberen vast te houden aan het leven dat ze samen hadden. 

Meneer gaf juist aan dat hij zich verveelde en graag weer iets wilde ondernemen. 

Vanuit de sociale benadering begon ik niet met oplossingen, maar met elkaar leren kennen. We dronken koffie, voerden gesprekken en namen de tijd. Langzaam ontstond vertrouwen. Samen zetten we kleine stappen. Ze begonnen met het koersbal in het buurthuis en gingen af en toe samen lunchen. Er kwam weer iets om naar uit te kijken. 

Een kwetsbaar moment 
Later gingen meneer en ik kijken bij een biljartclub. Ik zag hoe belangrijk het voor hem was om daar weer te zijn. Maar ik zag ook dat het spel hem meer moeite kostte dan vroeger. 

Toen we buiten stonden, zei hij zacht: 
“Het ging niet zo goed.” 
Even later volgde: 
“Ik merk dat ik vergeetachtig word.” 
Ik voelde hoe moeilijk het voor hem was om dat hardop uit te spreken. Alsof hij voor het eerst voorzichtig onder woorden bracht wat hij misschien al langer voelde. 
Niet veel later vroeg hij me: 
“Waarom komen er eigenlijk zoveel mensen voor mij?” 
Hij leek zich ineens hulpbehoevend te voelen. Alsof hij een patiënt was geworden. Op dat moment ging het niet om uitleg over dementie of zorg. Hij zocht houvast. 
Ik zei: We doen even een stapje terug. Jij bent jij en ik ben ik. We behandelen elkaar gelijkwaardig. Je bent geen patiënt van mij. Ik ben hier omdat jij hebt aangegeven dat je iets mist, en ik help je om te kijken wat je leuk vindt en wat nog bij je past.” 

Hij stelde die vraag later nog een paar keer. En iedere keer gaf ik hetzelfde antwoord.  
Tot hij op een dag zei:“Ik vertrouw erop dat het goed komt.” 
 
Weer ergens bij horen 
Later gingen we samen kijken bij een ontmoetingsplek. Hij was wat terughoudend, maar eenmaal binnen ontstond er contact met anderen. Toen het tijd was om naar huis te gaan, wilde hij eigenlijk nog niet weg. Inmiddels gaat hij daar met plezier één dag per week naartoe. 

Meneer heeft weer iets om naar uit te kijken. Zijn partner heeft meer ruimte voor zichzelf. En thuis is er meer rust ontstaan. Maar misschien nog wel het belangrijkste: meneer kan gewoon zichzelf blijven en iets ondernemen. 

Waarom dit werk zo bijzonder is 
Voor mij zit de waarde van dit werk niet in het oplossen van problemen. Het zit in het ontmoeten van mensen op een moment waarop het leven kwetsbaar wordt. 

Ik vind het waardevol om er voor iemand te kunnen zijn zonder daarbij mijn eigen grenzen over te gaan. Juist doordat we elkaar als gelijken ontmoeten, ontstaat er rust en ruimte voor steun. Ik vind het mooi dat ik kleine tips mag geven en dat er vertrouwen is dat ik het echt goed met hen voor heb en kijk naar wie iemand is. Dat maakt het voor mij oprecht bijzonder. 

Soms zit de grootste verandering in iets heel kleins. 
In een ontmoeting. 
In vertrouwen. 

Of in één simpele zin:
“Jij bent jij en ik ben ik.”