Lokaal leren, regionaal opschalen: de Slimotheek in ontwikkeling

03 februari 2026 Interview

De pilot van de Slimotheek is halverwege, een uitstekend moment om bij te praten met extern projectleider Linda Konijn en projectleider Monica Mast van de gemeente Zaanstad. Zij schetsen het domeinoverstijgende karakter van het project en leggen uit hoe de focus is verschoven. Het draait niet langer om zo veel mogelijk spullen uit te lenen, maar om het formuleren van gezamenlijke doelstellingen en het uitdragen van één heldere, generieke boodschap. De pilot loopt momenteel op drie locaties in Zaanstad, gefinancierd met subsidie en uitgevoerd samen met partners waaronder Evean, Parteon, de sociale wijkteams en G’oud.

Monica Mast vertelt over de begindagen van de Slimotheek in haar gemeente: “De eerste Slimotheek stond in de bibliotheek in Zaandam en werd destijds beheerd door het Netwerk Dementie & Ouderenpsychiatrie. Nadat de gemeente Zaanstad succesvol subsidie had aangevraagd om de Slimotheek verder te laten groeien, is begin 2025 Linda Konijn aan boord gekomen om hier mee aan de slag te gaan. En daar zijn we nog steeds erg blij mee!”

Zorgtechnologie onmisbaar voor de toekomst

Monica vertelt waarom de pilot niet alleen belangrijk is voor Zaanstad maar voor de gehele regio: “Mensen moeten weten dat er zorgtechnologie beschikbaar is. Zeker nu steeds meer mensen langer zelfstandig thuis moeten blijven wonen en de zorgcapaciteit in de nabije toekomst verder afneemt. Dat betekent dat er steeds vaker gebruik gemaakt kan én moet worden van zorgtechnologie. Deze opdracht kwam dan ook voort uit het Zaanse programma ‘Ouderen langer zelfstandig thuis wonen’.”

Van uitleen naar inzicht: wat gebruikers écht nodig hebben

Linda Konijn licht toe: “Ik ben eerst gaan onderzoeken waarom er weinig belangstelling was voor de Slimotheek. Mijn onderzoek richtte zich daarom op de behoeftes van de potentiële gebruikers van de uitleenservice maar zeker ook op de organisatie en coördinatie achter deze dienstverlening. En dat laatste leidde tot het inzicht dat elke betrokken organisatie het superbelangrijk vonden maar er niet de mensen en middelen voor vrij konden maken. Vanuit het gebruikersperspectief bleek dat de informatievoorziening als belangrijker werd ervaren dan het kunnen lenen van de hulpmiddelen.”

Linda vervolgt: “En als ik het over gebruikers heb dan zijn dat niet alleen cliënten maar bijvoorbeeld ook mantelzorgers en zorgprofessionals. Die zijn dus ook zeer geïnteresseerd in de mogelijkheden van slimme oplossingen die het mogelijk maken om langer veiliger en plezieriger thuis te kunnen blijven wonen.”

Van robotkat tot anti-trillepel: favorieten uit de Slimotheek

“De meeste belangstelling gaat opvallend genoeg uit naar de robotkat. Vraag me niet precies waarom,” vervolgt Linda, “maar mensen vinden die gewoon heel interessant. Daarnaast is er veel interesse in de anti-trillepel. Dat is een lepel die meebeweegt met de hand, waardoor eten makkelijker wordt.”
“De lepel ligt inmiddels op alle drie de locaties. Mensen willen hem vooral even vasthouden en ervaren hoe hij werkt. Echt uitlenen doen we niet, onder andere vanwege hygiëne, maar het kunnen uitproberen heeft duidelijk meerwaarde. Door het zelf te voelen, krijgen mensen veel beter een beeld of zo’n hulpmiddel iets voor hen kan zijn.”

Domeinoverstijgend

“Als zoveel partijen het wel belangrijk vinden maar er zelf niet mee aan de slag kunnen dan vraagt het project om een domeinoverstijgende aanpak” gaat Linda verder. “Nadat ik de onderzoeksfase had afgerond in juni 2025 ging Zaanstad daarom samen met G’oud aan de slag. Dit heeft geleid tot het opzetten van 3 pilotlocaties met elk een eigen coördinator. Daarnaast is er ook gewerkt aan het digitaal ontsluiten van de informatie over slimme hulpmiddelen. Zodat je niet vanuit Assendelft naar de bieb in Zaandam moet om informatie op te halen.”

3x Focus

Linda: “Op de drie verschillende Slimotheek locaties werken we met drie uiteenlopende uitgangspunten. We onderzoeken wat het betekent om dit vanuit het sociaal domein te organiseren, wat de effecten zijn wanneer we volledig met vrijwilligers werken en wat er gebeurt als de focus veel sterker ligt op intensieve zorg.”

Monica vervolgt: “Het mooie van het actief zijn op deze 3 verschillende locaties is dat we ook ervaring op kunnen doen met drie heel verschillende doelgroepen. In Zaanstad Noord voelt het meer dorps aan: mensen kennen elkaar en weten vaak waar ze terecht kunnen voor informatie.

In de buurt waar we de derde locatie hebben geopend is het onderwerp nog vrij nieuw. Daar wonen veel ouderen die veel zorg krijgen van hun directe omgeving, vooral van kinderen, kleinkinderen en andere naasten. Die mantelzorgers ervaren vaak een hoge belasting. Daarom willen we onderzoeken of deze groep — die tot nu toe niet expliciet als doelgroep werd gezien — juist baat kan hebben bij onze aanpak. We denken aan laagdrempelige informatie, praktische hulpmiddelen en betere beschikbaarheid van ondersteuning.

Op de verschillende locaties zien we dat bewoners en professionals verschillend reageren op het aanbod van de Slimotheek, wat belangrijke inzichten oplevert voor verdere afstemming.”

Linda voegt toe: “Wat ook goed is om te beseffen is dat verschillende beroepsgroepen met hun eigen professionele blik kijken naar casussen: verpleegkundigen richten zich op medische en verpleegkundige behoeften, het sociaal domein richt zich meer op participatie en welzijn en vrijwilligers in buurthuizen ondersteunen vooral activiteiten zoals brei‑ en leesclubs en zijn minder getraind in het signaleren van kwetsbaarheid of het achterhalen van de achterliggende vraag.”

Zorgtechnologie ontdekken via een slimme informatiezuil

“Naast de slimme kastjes met fysieke hulpmiddelen hebben we ook een informatiezuil ontwikkeld.” Aldus Linda. “Die staat nu nog bij de vrijwilligers in Koog aan de Zaan, maar we zijn aan het onderzoeken of wij de zuil kunnen verplaatsen naar de bibliotheek. Dat is een logische plek, omdat daar veel mantelzorgers en mensen uit de doelgroep komen die niet zo snel een Slimotheek bezoeken om hulpmiddelen te lenen, maar wel behoefte hebben aan informatie.”

“De zuil is eigenlijk een groot tablet die mensen actief uitnodigt om te kijken hoe het met hen gaat. Op basis van hun antwoorden krijgen ze advies over passende slimme oplossingen. We werken met veertien hoofdcategorieën, zodat mensen gericht kunnen ontdekken welke zorgtechnologie hen kan ondersteunen in het dagelijks leven. Daarbij kunnen ze ook filmpjes bekijken over de verschillende hulpmiddelen en zo kan een vrijwilliger of zorgprofessional samen met iemand in gesprek gaan en de zuil gebruiken als hulpmiddel.”

“We onderzoeken binnen de pilot ook andere vormen, zoals een kleiner, verplaatsbaar tablet. Het doel blijft hetzelfde: mensen op een laagdrempelige manier laten kennismaken met zorgtechnologie die hen helpt langer prettig en zelfstandig thuis te wonen.”

Vooruitkijken: professionals en inwoners samen aan zet

Linda blikt vooruit: “Vanaf het begin hebben we het over verschillende doelgroepen, maar professionals vormen daarin een heel belangrijke groep. Het zou zo mooi zijn als de Slimotheken geen op zichzelf staand project zijn, met alleen aantallen producten of locaties als doel. Wat we eigenlijk willen, is dat alle professionals die onder G’oud vallen zorgtechnologie meenemen in hun dagelijkse werkpraktijk. Zie het als extra informatie die ze standaard meenemen in hun gesprekken en adviezen.”

“Daarnaast zien we een duidelijke tendens: mensen moeten niet alleen langer zelfstandig wonen, maar ook steeds meer zelf organiseren. We willen hen stimuleren om vooruit te denken. Ik vergelijk dat vaak met levensfases: als je jong bent en plannen maakt voor de toekomst, bereid je je ook voor op wat komt. Naarmate je ouder wordt, gebeurt dat veel minder. Mensen willen graag thuis blijven wonen, maar denken niet altijd na over wat daarvoor nodig is, waar ze informatie kunnen vinden of hoe het wordt bekostigd. Vaak verwachten ze dat er op het moment dat het nodig is wel iemand is die het voor hen regelt. Juist daar kan zorgtechnologie en goede informatievoorziening een verschil maken.”

Kennis delen en door ontwikkelen

Monica: “Wat voor mij heel duidelijk is, is dat we nog veel meer naar buiten moeten communiceren. Denk aan een pakkende flyer die meegaat met de wijkverpleging, gedeeld wordt met woningcorporaties en zichtbaar is in buurthuizen. Zo bereiken we veel meer mensen.”

Linda is het daar mee eens: “Dat herkennen we ook. In de pilot hebben we geleerd dat communicatie echt een sleutelrol speelt.”

Monica en Linda kijken samen vooruit. De vraag na de pilot is vooral hoe de volgende stap eruitziet en hoe het initiatief kan worden bestendigd. Dat vraagt om duidelijke keuzes en structurele financiering.

Linda stipt nogmaals aan: “We vinden het allemaal belangrijk, maar het is wel de vraag wie welke vervolgacties oppakt en hoe dat wordt gefinancierd.”

Monica sluit het interview af: “We hebben nu zoveel aanknopingspunten om de komende periode door te pakken. Het zou mooi zijn als zorgtechnologie niet een los project blijft, maar steeds meer verweven raakt in bestaande initiatieven. Daar hebben we goede ideeën over, en die gaan we de komende maanden verder concretiseren.”


Toelichting vanuit G’oud

De pilotfase van de Slimotheek heeft bewezen dat de behoefte aan informatie over zorgtechnologie groter is dan de behoefte aan een eenvoudige uitleenservice. Om in de nabije toekomst de druk op de zorg te verlagen, moeten we nu doorpakken en zorgtechnologie integraal onderdeel maken van het wijkgericht werken. De krapte op de arbeidsmarkt en de toenemende vergrijzing maken technologie namelijk niet langer optioneel, maar een essentieel fundament voor zelfredzaamheid.

G’oud streeft naar een toekomst waarin elke zorg- en welzijnsprofessional technologie standaard meeneemt in het gesprek met ouderen in de regio. Hiervoor is de overgang van tijdelijke subsidie naar structurele, domeinoverstijgende financiering noodzakelijk om de opgebouwde infrastructuur te behouden. We hebben nu de kans om de geleerde lessen uit de verschillende wijken — van intensieve zorgfocus tot vrijwilligersinzet — op te schalen naar regionaal niveau.

Investeren in de Slimotheek betekent investeren in preventie; we stimuleren inwoners om nú na te denken over hun woontoekomst, voordat er een crisis ontstaat. Door informatie laagdrempelig aan te bieden via fysieke zuilen en digitale kanalen, versterken we de eigen regie van de burger en de slagkracht van de mantelzorger. Het fundament staat en laten we dit moment gebruiken om de zorgtechnologie definitief te verweven in onze lokale zorgstructuur met de wijkgerichte aanpak die we dit jaar in alle gemeenten binnen Zaanstreek-Waterland gaan opstarten.