Achter de deur van een warme, betrokken praktijkwereld
Als projectleider van Samenwerkingsverband G’oud bezoek ik regelmatig teams om feeling te houden met wat er in de praktijk gebeurt. Deze keer schuif ik aan bij het team Sociale Benadering Zuidland in Purmerend, een team dat zich dagelijks inzet om mensen met dementie beter te begrijpen en hun leefwereld centraal te zetten. We bespreken een tweetal casussen.
Bijzonder aan deze bijeenkomst is dat Clup Welzijn voor het eerst aansluit. Juist doordat er een nieuwe partij aanschuift, ontstaat er een mooi rondje langs alle teamleden: hoe leggen zij eigenlijk de Sociale Benadering uit aan anderen?
Lees hieronder mijn verslag van een kijkje achter de schermen.
Rianne Elderhuis
Projectleider Sociale Benadering
Een warm gedachtegoed én soms ook zoeken
Iedereen deelt vanuit haar eigen rol hoe zij de Sociale Benadering toepast. Zo vertelt de medewerker dagbesteding dat het in de dagelijkse praktijk soms zoeken is: hoe geef je dit gedachtegoed vorm wanneer individuele tijd schaars is? Tegelijk merkt ze dat het haar manier van vragen stellen verandert, de gesprekken worden rijker en persoonlijker.
De casemanager herkent dit. Zij benadrukt hoe belangrijk het is om sociale rollen te blijven zien: “Ik vertel dochters en zonen dat het belangrijk is dat ze óók kinderen blijven van hun vader of moeder met dementie. Ook al vergeet iemand wat die rol precies betekent, de intieme momentjes blijven waardevol.”
Casus 1: Een eigenzinnige, eenzame dame van 83 jaar
De eerste casus draait om een 83-jarige vrouw, een echte Amsterdamse, eigenzinnig maar momenteel kwetsbaar. Ze had een LAT-relatie; haar partner overleed recent. Sindsdien lijkt haar dementie sneller te verlopen. Ze vertelt dat ze eenzaam is, al geeft ze wisselende signalen af. Waar haar vriend eerst een belangrijke rol speelde, ze zorgde voor hem, valt nu een betekenisvolle rol weg.
Het team bespreekt welke mogelijkheden er zijn om haar wereld weer wat te openen:
- deelnemen aan activiteiten in de Rusthoeve;
- uitjes of ontmoetingen die vanuit de Rusthoeve georganiseerd worden;
- mogelijkheden vanuit Clup Welzijn (al zijn zij hier nu nog niet actief);
- BreinFit, inloopmomenten, lotgenotencontact.
Langzaam ontstaat een beeld van iemand die veel vertrouwen geeft, soms misschien té veel, maar zelf weinig initiatief toont. In huis ontstaan tekenen van vervuiling. Ze kent de weg niet altijd meer en vertrouwt direct haar pincode aan vreemden toe. De thuiszorg ziet graag een dagstructuur, maar de vraag blijft: wat wil mevrouw zelf?
Het team besluit vooral te kijken naar het uitbreiden van haar mogelijkheden, het verstevigen van contacten en het activeren van haar sociale rollen. Een sluitende conclusie is er niet meteen, zo gaat dat soms in de praktijk ook al zou je het liefste een oplossing bieden. Wel worden concrete opties genoemd, zoals vrijwilligers via vrijwilligerspunt.nu, de uitjes en ontmoetingen of een lotgenotengroep die laagdrempelig inzetbaar zijn.
Casus 2: Meneer die “niet zoveel wil”
De tweede casus wordt ingebracht door een individuele begeleider. Het gaat om een man met dementie die samen met zijn vrouw woont. Hij zegt telkens dat hij “niet zoveel wil”, maar zodra de begeleider binnen is, speelt hij trouw een potje kaarten of Rummikub en blijkt hij veel spraakzamer dan gedacht.
Hier sluit de Sociale Benadering prachtig op aan: niet sturen vanuit wat iemand níet wil of kan, maar aansluiten bij de kleine openingen die iemand wél zelf biedt. Door er te zijn, zonder druk, ontstaat ruimte. Voor meneer, maar ook voor zijn vrouw, voor wie dit contactmoment ook respijtzorg betekent.
Het gesprek schuift als vanzelf richting bredere vragen:
- hoe ondersteunen we niet alleen meneer, maar ook zijn echtgenote?
- wie ervaart hier de meeste belasting?
- en welke mogelijkheden zijn er om beiden in hun kracht te houden?
Wat mij opviel…
Wat tijdens deze bijeenkomst opnieuw duidelijk werd, is hoe waardevol het is wanneer verschillende disciplines samen om de tafel zitten. Dit kwam direct tot uiting door het aansluiten van Clup Welzijn bij deze casuïstiekbespreking, wat werd ervaren als een duidelijke meerwaarde en een versterking van de pilot.
De Sociale Benadering is geen methode die eenvoudig kan worden toegepast, maar een manier van kijken. Doordat iedere discipline een eigen perspectief inbrengt, ontstaat een completer en rijker beeld van de persoon achter de diagnose.
En minstens zo belangrijk: het team durft te twijfelen, te onderzoeken en geen snelle conclusies te trekken. Dat is precies waar Sociale Benadering over gaat, geen pasklare oplossingen, maar steeds op maat kijken naar de mens.